Kl - 300OOp de weg door polder was ze afgestapt. Om een ‘leeg’ hoofd te krijgen had ze besloten om een stukje te gaan fietsen. Dat stukje was inmiddels een heel stuk geworden en haar hoofd was nog steeds niet leeg. Sterker nog, haar hoofd leek voller en voller te worden.

Ze had die zaterdagmorgen een knallende ruzie met haar vriend gehad. ‘Een man is niet gemaakt om monogaam te leven’ én ‘de man was van nature nu eenmaal een jager’, had hij gezegd. De klootzak! Ze had hem van alles naar zijn hoofd geslingerd, niet alleen scheldwoorden, waarop hij zich op de wc had opgesloten. Wat was ze naïef geweest, dacht ze later toen hij zijn spullen had gepakt en al vloekend en tierend was vertrokken. Zij was ook vertrokken, op de fiets, op weg naar nergens. Haar beste vriendin wilde ze niet bellen, die lag met háár vriend op een tropisch strand.

Ze had hem van alles naar zijn hoofd geslingerd, niet alleen scheldwoorden

Ze begon nog harder te trappen, waarom viel ze toch altijd op foute mannen? Ze begon harder te trappen en werd misselijk. Niet alleen van inspanning maar ook van hem. Ze liet zich uitrijden en nam langzaam de omgeving in haar op, een lange uitgestorven rechte weg door de polder. Ze had geen idee waar ze was. Even waande ze zich in een schilderij van Edward Hopper, een vrouw in een verstilde en desolate omgeving. Hij zou haar zeker geschilderd hebben.

Het fietsen en haar gedachten hadden haar uitgeput, toen ze afgestapt was. Ze liet haar gedachten varen en keek weer voor zich uit. De weg voor haar leek eindeloos en een leegte strekte zich eenzaam en verlaten voor haar uit. Eenzaam was ze niet, verlaten wel. Nee, dacht ze, ík ben niet verlaten, ik heb hém het huis uitgezet! Enigszins opgelucht stapte ze op en fietste verder.

 

[kleinigheden – 029 – 300 – 160622 – Verlaten]

 

Aan de meet
Viezerik

Pin It on Pinterest