Ze rekte zich nog eens uit en werd langzaam wakker. Naast haar op de andere helft van het bed lag Herman als een baby in foetushouding met zijn rug naar haar toe, zijn lang golvende haar verward op het kussen. Gisteren toen ze hem in het lokale kroegje tegenkwam, had hij het opgestoken en in een knot gedragen. Het stond hem goed. Hij had haar aan het schemerige tafeltje verteld dat hij tegenwoordig kunstenaar was en schilderde, een autodidact.
Dat laatste was goed te zien dacht ze, toen ze de foto’s op z’n telefoon had gezien, ze vond het niet mooi. De seks die ze later die avond gehad hadden was nog slechter dan z’n kunst.

Voorzichtig richtte ze zich op, boog over hem heen en fluisterde in z’n oor: ‘Het zou fijn zijn als je ook eens een keertje met me naar bed ging als je niet dronken bent.’

 

[Kleinigheden – 039 – 150 – 161016 – Teleurstellend]

 

Uit elkaar?
Een kind kan de was doen

Pin It on Pinterest