Kl - 300‘Nou, nou, meneer, dat wordt wel een erg lang sms-berichtje.’

Een oude dame was ongemerkt naast me op het bankje gaan zitten. Haar witte haren waren in een knotje bij elkaar gebonden en werden beschermd door een doorzichtig plastic regenkapje. Een driekwart lichte regenjas completeerde haar jaren zeventig kledingstijl.

‘Mm, bromde ik te verrast voor woorden, knikte naar haar en tikte bij mijn aantekeningen op mijn smartphone: ‘Retro, vrouw rond tachtig, outfit jaren zeventig.’ Ze verzette zichzelf en haar wandelstok enigszins tot ze goed zat en staarde vervolgens over het grasveldje voor ons waar twee honden door hun baasjes werden uitgelaten. Een kleine gezette hond op korte pootjes waarvan ik de naam van het ras niet wist, liep door het gras te snuffelen, de veel grotere Duitse herder die achter een tennisballetje rende, negerend.

Een alledaags tafereeltje, dacht ik, en keek even opzij naar mijn medebankzitter. Haar beide te ruim in het vel zittende handen met ouderdomsvlekken, omsloten de wandelstok. Haar ogen had ze gesloten waardoor het leek alsof ze door vermoeidheid was overmand.

Het bazinnetje van de Duitse herder gooide met een motoriek van pinguïn het tennisballetje nog maar een keer verveeld voor zich uit. Hap, dacht het worstenhondje, en nam het tennisballetje dat voor zijn neus tot stilstand kwam in zijn bek. ‘Hé sufhoofd’, riep het bazinnetje de herder toe, ‘dat is jouw balletje! Dat laat je je toch niet zomaar afpakken?’ ‘Weet waar u uw hond voor uitmaakt’, klonk het naast mij vanaf het bankje. Het bazinnetje en ik keken verbaasd naar het oude vrouwtje dat schijnbaar weer tot leven was gekomen. Even las ze de verbaasdheid in onze ogen en haalde licht haar schouders op. ‘U weet toch wel dat er gezegd wordt dat de hond en zijn baas op elkaar lijken?’

 

Inspiratie
Een sigaren rokende bejaarde in een rolstoel

Pin It on Pinterest