JJe hoort het steeds vaker: ‘Ik heb niets te verbergen’. Onlangs hoorde ik het mijn zoon nog zeggen.
‘Echt niet’, vroeg ik hem.
‘Nee hoor, waarom zou ik iets te verbergen hebben?’
‘Nou ja, kan toch’, probeerde ik.
‘Jeetje pa, jij deed vroeger al moeilijk over wat je gestemd had. Dat mocht toch niemand weten? Nou, ik ben niet zo moeilijk.’

Touché, ik deelde mijn stemgedrag niet met veel mensen, dat was toch iets wat zich in mijn privédomein afspeelde. Mijn zonen daarentegen waren daar veel openlijker in. De jeugd in haar algemeenheid was veel opener en ging veel minder stringent met privacy om.

‘Dus jij hebt echt niets te verbergen?’
‘Ha, ha, nee echt niet. Doe nou is niet zo moeilijk man.’ Hoongelach viel me ten deel.
‘Als jij niet zo moeilijk bent, waarom moet ik dan eerst kloppen als ik je kamer wil binnenkomen’, vroeg ik hem vervolgens.
‘Ja, da’s effe wat anders pa’, verweerde hij zich.

‘En wat zijn jouw meest donkere gedachten pa’, vroeg zoonlief lachend.

De discussie ging nog enige tijd verder en ik genoot. We spraken over het feit dat we de deur op slot doen als we naar de wc gaan, de slaapkamerdeur bij vrijpartijen op slot gaat, de gordijnen van de kamer open of dicht zijn, het wachtwoord op onze computer en over de overheid. Want waarom mocht ik zijn mail niet lezen en de overheid wel? Had hij niet meer vertrouwen in z’n vader dan in de overheid? We concludeerden dat het vaak om de juridische context gaat als we over privé of privacy spreken en niet zo zeer over de menselijke kant, onze emoties, gevoelens en onze donkere gedachten die we soms hebben en waar we weleens van schrikken.

‘En wat zijn jouw meest donkere gedachten pa’, vroeg zoonlief lachend.
‘Die zijn exclusief van mij en zijn privé’, antwoordde ik lachend.

 

[KL – 059]

 

Gewaarwording
U hebt een compulsieve stoornis

Pin It on Pinterest