Terrasje

Hij kwam al bellend het terras oplopen, keek om zich heen en liep op mijn tafeltje af toen hij me zag zitten. Ik kende hem al jaren. Zo nu en dan spraken we af om onder het genot van een hapje en een drankje bij te praten. Dit keer op een zonovergoten terrasje in Zierikzee. Toen ik hem een kop koffie aanbood, weigerde hij resoluut. ‘Wat dacht je van een gekoeld flesje witte wijn?’, stelde hij voor, wetende dat ik geen wijn dronk. Ik glimlachte en keek overdreven op mijn horloge. ‘In de ochtend?’, vroeg ik enigszins sarcastisch. Maar Jaco had er al bijna een dag opzitten en kon dus nu wel een wijntje hebben, zo zei hij.

De wijn kwam er dus en zo ook de spraakwaterval. Voor dat laatste was overigens geen wijn voor nodig want zo lang ik Jaco al kende, en dat was lang, lulde hij je de oren van je kop. De laatste jaren had hij echter overal commentaar op. Hij was altijd wel kwaad of, eigenlijk meer… hoe zal ik het zeggen, verongelijkt. Waar dit vandaan kwam wist ik niet en het leek me ook ongegrond. Want slecht had hij het niet. Het was hem in de ICT altijd voor de wind gegaan en hij had zijn zaak destijds zeer goed kunnen verkopen zodat hij nu financieel onafhankelijk was. Ook over zijn gezondheid had hij niets te klagen. Regelmatig liep hij een hele of halve marathon. En hoewel hij zijn vrouw niet veel zag omdat hij nog steeds altijd onderweg was, had hij naar eigen zeggen een fantastisch huwelijk. Kinderen hadden ze niet, de carrière was altijd voorgegaan, maar daar werd eigenlijk nooit over gesproken.

Zijn klaaglied opende hij met een opus op het toerisme op het eiland. Na eerst veel te lang in de file op de N59 te hebben gestaan was hij dan eindelijk in Zierikzee aangekomen waar geen vrije parkeerplek meer te vinden was. Toen hij een plekje gevonden had was een Duitser hem nét voor.

Had hij een keer een peperdure vakantie geboekt in Zuid-Frankrijk, was hij totaal weggeregend

Uiteindelijk, zo vertelde hij, had hij zijn auto maar in een achterafstraatje gezet op een plek voor vergunninghouders. Die eventuele prent kon hij wel hebben. Anderzijds, als ze zijn auto weg zouden slepen dan had hij een ander probleem. Maar goed, hij moest dus wel weer het hele pokke-end lopen.

Ik nam een slok koffie, glimlachte en wachtte geduldig af. Ik kende hem immers en wist dat er nog meer kwam, zijn klaagzang was nog lang niet voltooid. Had hij een keer een peperdure vakantie geboekt in Zuid-Frankrijk, was hij totaal weggeregend, zo vervolgde hij. Regen in Biarritz en zon in Nederland, had hij weer. En Frankrijk was Frankrijk niet meer na al die aanslagen. Te veel controles, te veel argwaan. En dan ook nog die klote referenda. Had hij net samen met zijn vrouw, ze was Engelse, besloten om in Londen te gaan wonen, was er opeens een Brexit dat alles op losse schroeven zette.

Ik lachte. ‘Keer terug naar je roots en kom hier weer wonen’, stelde ik voor. Ook hij moest lachen toen hij besefte dat hij weer in een klaagzang was losgebarsten. ‘Schrijf je trouwens nog steeds voor dat lokale krantje?’ Ik antwoordde ontkennend en legde hem uit dat ik nu op mijn eigen blog publiceerde. ‘Een mooi stukje over jou zou er niet misstaan’, probeerde ik. ‘Ik weet dat ik je niet tegen kan houden’, stribbelde hij gemaakt wat tegen, maar schrijf dan niet zo’n klote-stukje over een chagrijnige ouwe lul. Schrijf maar dat ik positief kritisch ben ingesteld en ondanks alles een gezellige vent ben.’

KanttekenaarIk beloofde het.

 

[BSD – 012]

 

Ongenode gasten
Ku(s)ttoerisme in Renesse

Pin It on Pinterest