Kanttekeningetjes

(bij het dagelijkse leven)

Gewaarwording

Het gebeurt meestal als ik er totaal geen erg in heb. Soms voltrekt het proces zich langzaam maar het kan ook heel plotseling gebeuren. En elk jaar weer overkomt het me. Zomaar, ineens, onverwacht. Vorig jaar was het halverwege april, dit jaar gebeurde het deze week. Ik voelde het meteen toen ik naar buiten stapte. Er was iets veranderd. Het rook anders buiten en er hing een verwachtingsvolle sfeer in de binnenstad van Zierikzee.

Ik was er vroeg voor een kop koffie en een croissant, een simpel ontbijtje maar een bestelling die nogal moeilijk te plaatsen was. Uiteindelijk was het me toch gelukt en zat ik aan een tafeltje met voor mij brood en koffie. Onder het genot van het hete bruine vocht werd de opgelopen ochtendkoude snel verdreven en zag ik door het raam een ontwakend Zierikzee. Ze slaapt uit, heeft moeite om wakker te worden, dacht ik toen ik even later slenterend naar mijn afspraak liep. En plots was daar dat gevoel weer. Nee, het waren geen lentekriebels, geen plotseling opkomende verliefdheid en het was deze ochtend nog te koud voor rokjesdag.

…er hing een verwachtingsvolle sfeer in de binnenstad van Zierikzee.

Het strijkende licht van de opkomende zon verwarmde nog niet maar lichtte de details van de stad wel prachtig uit. Het was alsof ik deel uitmaakte van een reclame voor een ‘new fragrance’, een realistisch sprookje zoals dat op televisie te zien is. Alleen een mooie dame miste nog om de scene compleet te maken.

Maar gaandeweg kwam de gewaarwording en herkende ik dat jaarlijkse terugkerende gevoel. Het was het gevoel van de terrasman dat in mij ontluikt en tot leven komt. Plots wist ik het zeker, het zou de eerste dag van het jaar worden dat de terrassen s-avonds weer vol zouden zitten.

Zierikzee zou die avond later dan normaal naar bed gaan. Ik ook.

 

[KL – 060]

 

Privacy

JJe hoort het steeds vaker: ‘Ik heb niets te verbergen’. Onlangs hoorde ik het mijn zoon nog zeggen.
‘Echt niet’, vroeg ik hem.
‘Nee hoor, waarom zou ik iets te verbergen hebben?’
‘Nou ja, kan toch’, probeerde ik.
‘Jeetje pa, jij deed vroeger al moeilijk over wat je gestemd had. Dat mocht toch niemand weten? Nou, ik ben niet zo moeilijk.’

Touché, ik deelde mijn stemgedrag niet met veel mensen, dat was toch iets wat zich in mijn privédomein afspeelde. Mijn zonen daarentegen waren daar veel openlijker in. De jeugd in haar algemeenheid was veel opener en ging veel minder stringent met privacy om.

‘Dus jij hebt echt niets te verbergen?’
‘Ha, ha, nee echt niet. Doe nou is niet zo moeilijk man.’ Hoongelach viel me ten deel.
‘Als jij niet zo moeilijk bent, waarom moet ik dan eerst kloppen als ik je kamer wil binnenkomen’, vroeg ik hem vervolgens.
‘Ja, da’s effe wat anders pa’, verweerde hij zich.

‘En wat zijn jouw meest donkere gedachten pa’, vroeg zoonlief lachend.

De discussie ging nog enige tijd verder en ik genoot. We spraken over het feit dat we de deur op slot doen als we naar de wc gaan, de slaapkamerdeur bij vrijpartijen op slot gaat, de gordijnen van de kamer open of dicht zijn, het wachtwoord op onze computer en over de overheid. Want waarom mocht ik zijn mail niet lezen en de overheid wel? Had hij niet meer vertrouwen in z’n vader dan in de overheid? We concludeerden dat het vaak om de juridische context gaat als we over privé of privacy spreken en niet zo zeer over de menselijke kant, onze emoties, gevoelens en onze donkere gedachten die we soms hebben en waar we weleens van schrikken.

‘En wat zijn jouw meest donkere gedachten pa’, vroeg zoonlief lachend.
‘Die zijn exclusief van mij en zijn privé’, antwoordde ik lachend.

 

[KL – 059]

 

U hebt een compulsieve stoornis

Daarom is geen reden, als je van de trap afvalt ben je gauw beneden. Het laatste kan ik bevestigen. Toen ik van de trap lazerde was ik snel beneden. Ook heb ik nog heel lang gedacht dat ik er een stoornis aan over gehouden heb. Het was, zo kwam ik erachter, een latente stoornis die net zo compulsief is als mijn vroegere rookgewoonten. En omdat het een dwangmatige stoornis betreft, begon ik nogal aan mezelf te twijfelen.

Was het een latent aanwezige stoornis die kwam en ging en door iets geactiveerd werd?

Het was, zo kwam ik erachter, een latente stoornis

Het leek erop? Of lag het aan mij? Was ik de enige met een dergelijke stoornis?

Nee, u heeft die compulsieve stoornis ook. Want wees een eerlijk, hoe vaak is het niet voorgekomen dat u de treden van een trap geteld heeft? En probeer straks nu maar eens die trap op te lopen zonder de treden te tellen.

 

[KL – 058]

 

Ik heb vandaag weer gelachen

Ik heb vandaag weer gelachen, ik moest wel. Ik kon niet anders. Soms heb je dat, je ziet iets en je moet lachen. Zo las ik dat Carmiggelt ooit gezegd zou hebben dat ‘Leven niet veel anders is dan babbelen, verjaardag wensen en met een glimlach aan iets anders denken.’ Ik moest glimlachen.

Het zijn vaak de kleine dingen waar ik om kan lachen. Zo kan ik lachen om het moment dat er, net als mijn tafelgenote een hap wil nemen, het stukje vlees van haar vork valt. Het wordt nog komischer als ik haar verbaasde gezicht zie als ze een lege vork in haar mond heeft en het niet heeft opgemerkt. Ik kan ook lachen als ik iemand zie die verrast is omdat hij een prijsje heeft gekrast. Of als ik een man zie die door zijn boosheid verschrikkelijk grappig is. Het komt allemaal voor.

Kijk, en daar moet ik nu om lachen….

Onlangs nog moest ik met een grote glimlach terugdenken aan de avond toen ik het etentje met mijn date door alle zenuwen verprutst hebt. En ja, je krijgt geen tweede kans om een eerste indruk te maken. Nog meer heb ik gelachen toen ik dacht aan die ene avond waarbij mijn vriendin en ik de slappe lach kregen tijdens een hevige hete vrijpartij.

Vandaag las ik in de krant dat volgens de gelotologie, de wetenschap van het lachen, er niet genoeg gelachen kan worden. Want zo zeggen de gelotologen, lachen maakt je gelukkiger, is goed voor je spieren, maakt je mooier, zorgt voor gezondheid en geeft je geheugen een boost. Kijk, en daar moet ik nu om lachen want ik zie het al helemaal voor me hoe al die gelotologen kromliggen van het lachen als ze weer eens serieus genomen worden en wederom een gigantische subsidie opstrijken.

Vandaag heb ik dus weer gelachen, heerlijk!

[KL-057]

Versbeleving

Soms verwen ik mijzelf een beetje. Dat doe ik meestal in het weekend omdat ik er dan tijd voor heb. Ik maak dan een uitgebreid ontbijt. Een ontbijt met versgeperste sinaasappels, vers gezette koffie van versgemalen bonen, versgebakken brood, verse melk van de boer en vers fruit.

Ja, ik ben gezond bezig met al die verse producten. Jazeker, ik ben veranderd. Groenten uit een blik, zak, het diepvriesvak of glazen pot, koop ik niet meer.

Vers is gewoon of het nieuwe normaal geworden. Oud brood eten we niet meer, laat staan dat er wentelteefjes van gemaakt worden, bruin geworden groenten gooien we weg. Bruine bananen ook.

Bijna alle etenswaren krijgen tegenwoordig het predicaat vers. Als we niet oppassen krijgen we straks verse chocoladerepen, verse drop, verse wijngums, verse pindakaas, verse hageltjes en vers kokosbrood.

Waarschuwing: Dit stukje bevat versgebakken lucht en is vers van de pers. Na lezen beperkt houdbaar.

 

 

[Kl-057]

 

Sloeberwijntje

Het was druk in het restaurantje waar, op het moment dat we ons hoofdgerecht kregen, een ouder stel nogal wankel naar binnen liep en plaats nam aan het tafeltje naast ons aan het gangpad. Beiden waren keurig en duur maar tegelijkertijd ook slordig gekleed. Toen na enige minuten de ober langskwam bestelde de vrouw een biertje voor meneer en een práchtige fles wijn voor haarzelf.

Nadat het voorgerecht lang op was, verscheen een meisje met het hoofdgerecht aan hun tafeltje.

‘Eindelijk’, zuchtte de vrouw.

Het meisje negeerde de opmerking en vroeg beleefd of ze nog iets wilden drinken.

‘Ik heb eigenlijk wel trek in nog een wijntje’, zei ze, ‘en jij?’

De man aarzelde.

‘Voor mijn man nog een biertje en doet u mij nog maar zo’n flesje wijn’, lispelde de vrouw gedecideerd, en toen de ober van tafel wegliep: ‘moeten we eens vaker doen, buiten de deur eten. Gezellig.’

 

 

[Kleinigheden – 055 – 150 – 170112 – Sloeberwijntje]

 

Beetje bewegen

Achter me stonden twee nogal jolige jongens van een jaar of achttien die me af en toe uit argwaan, vanaf het bankje naar hen deed omkijken. Uit de gesprekken tussen de twee maakte ik op dat ze op een meisje stonden te wachten, een chickie.

Geen chickie maar een nogal corpulente vrouw rende, achterovergeleund, voorbij met aan een riem een grote trekkende hond, waarvan ik het merk niet herkende, die een kleinere hond in de smiezen had gekregen.

‘Goed dat ze zo’n hond heeft, krijgt ze zelf ook nog wat beweging’, hoorde ik een van de jongens zeggen waarna ze in lachen uitbarsten.

Ik lachte hard mee maar keek tegelijkertijd naar mijn eigen enigszins uitgedijde buik waarna ik me als een bejaarde van ver in de tachtig van het bankje ophees.

‘Hey ouwe, je zou eens een hond moeten aanschaffen, beweeg je ook nog een beetje’, hoorde ik achter me.

 

 

[Kleinigheden – 054 – 150 – 170111 – Beetje bewegen]

 

Kibbelen over kibbeling

Terwijl ik aan de statafel voor de viskraam een stukje kibbeling stond te prikken, kwam er een meisje van een jaar of twintig aangelopen, geen knappe meid met een zwoele blik of verleidende oogopslag, maar een doodgewoon Hollands meisje met blond haar, armen vol tattoos en een grauwe gelaatskleur. Aan haar hand sleepte een klein meisje van vier mee dat ze voor de viskraam optilde en de vissen in de vitrine liet zien.

‘Is het goede kibbeling meneer’, vroeg ze me, naar mijn bakje knikkend. Ik maakte een verontschuldigend gebaar en knikte maar van ja, daar ik ooit had geleerd om niet met volle mond te praten.

‘Is het goede kibbeling’, herhaalde de moeder haar vraag, dit keer tegen het meisje achter de toonbank. ‘Jazeker’, antwoordde die, ‘zo vers als het maar kan, vanmorgen gevangen.’

‘Da’s mooi, maar dat vroeg ik niet’, reageerde de vrouw.

‘Wilt u een stukje proeven, vroeg ze ten einde raad.

Verbaasd keek het meisje van de vrouw, naar mij en vervolgens om hulp bij haar collega die vis stond te bakken maar de kwestie niet gevolgd had. Ze antwoordde dat vis altijd vers moest zijn om goed te zijn, maar daar werd geen genoegen mee genomen. Er volgde een spervuur van vragen of het wel kabeljauw was of witvis, welke kruiden er gebruikt werden, hoe lang het geleden was dat het frituurvet vervangen was, hoelang de vis werd gebakken, hoeveel eieren er aan de bloem werden toegevoegd, etc.

Het waren vragen waar de verkoopster geen antwoord op had. ‘Wilt u een stukje proeven, vroeg ze ten einde raad.’ De moeder schudde haar hoofd. ‘Laat maar. Alleen het beste voor mijn dochtertje’, riep ze en liep weg. Ik kieperde mijn lege bakje in de prullenbak. ‘Heeft het gesmaakt meneer’, hoorde ik achter me. Ik knikte zonder me om te draaien want ik ben slecht in liegen.

 

[Kleinigheden – 053 – 300 – 170109 – Kibbelen over kibbeling]

 

Soms schaam ik me voor mezelf

Ik ben een gewaarschuwd mens dus tel ik voor twee. In de praktijk betekent dit dat ik twee keer zoveel koop dan een normaal mens. Nu geldt dit in mijn geval alleen als ik een boeken- of platenwinkel binnenstap. Zo stapte ik recentelijk een alleraardigst platenwinkeltje in het centrum van Rotterdam binnen, wetende dat ik de hand op de knip moest houden daar anders de euro’s spontaan mijn portemonnee uit zouden springen. Ik was immers gewaarschuwd.

Nu is zo’n winkeltje voor mij hetzelfde als een snoepwinkel voor een kind is en dus liep ik na enige tijd kriskras door het zaakje te hebben gelopen, met een toch wel onhandelbare hoeveelheid cd’s en vinyl in mijn handen wat me het struinen door de bakken bijna onmogelijk maakte. Tegelijkertijd besefte ik dat mijn handen overvol waren en mijn portemonnee straks leeg zou zijn. Er moesten keuzes gemaakt worden en de stapels werden gemillimeterd.

Zo stapte ik recentelijk een alleraardigst platenwinkeltje in het centrum van Rotterdam binnen

Om me heen kijkend besloot ik het afgevallen spul op één plek in de bakken te dumpen, lekker makkelijk. Iets waar ik achteraf toch wel spijt van begon te krijgen. Toen ik naar de bewuste bak terugliep hoorde ik een andere liefhebber al klagen over het feit dat er weer een asociaal geweest was die ‘alles zo maar weer ergens gedumpt had.’

Ik was trots op mezelf. Trots op mijn bezinning en het feit dat ik alles weer teruggezet had waar het hoorde. Ik liep dan ook enige tijd later met een nog redelijk gevulde portemonnee en een goed gevoel de winkel uit. Maar onderweg naar een biertje maakte dat trotse gevoel al snel plaats voor schaamte. Want waarom moest ik trots zijn op iets wat de normaalste zaak van de wereld was, zoals het terugzetten van cd’s op plekken waar ze vandaan kwamen?

Het biertje smaakte me niet.

 

[Kleinigheden – 052 – 300 – 170107 – Soms schaam ik me voor mezelf]

 

Knapper bij de kapper

Nadat ik het personeel bij de kapper al het beste voor 2017 had gewenst, mocht ik direct plaatsnemen. Gedwee ging ik zitten, liet me door een cape bedekken, kapperspapiertje wurgen en beantwoordde de altijd priemende vraag: ‘Hoe wilt u het geknipt hebben?’ En dan volgt er altijd een volgende vraag. Ik word er nooit echt vrolijk van, zo’n verplicht gesprek. ‘Laat me maar’, beantwoordde ik die volgende vraag dan ook, ‘ik moet nog even bijkomen van de jaarwisseling’.
‘Zo, je ziet er weer een heel stuk jonger en knapper uit’, zei de kapster terwijl ze een spiegel achter mijn hoofd hield die de aldaar verschenen kale plek die altijd door het lange haar bedekt was geweest, pijnlijk blootlegde.

Hoewel het nog maanden zou duren voordat ik weer jarig was, kreeg ik het gevoel dat ik ter plekke alweer een paar jaar ouder was geworden. Ik zuchtte diep, de kapster fronste.

 

[Kleinigheden – 051 – 150 – 170102 – Knapper bij de kapper]

 

Pin It on Pinterest

Share This