Terwijl ik aan de statafel voor de viskraam een stukje kibbeling stond te prikken, kwam er een meisje van een jaar of twintig aangelopen, geen knappe meid met een zwoele blik of verleidende oogopslag, maar een doodgewoon Hollands meisje met blond haar, armen vol tattoos en een grauwe gelaatskleur. Aan haar hand sleepte een klein meisje van vier mee dat ze voor de viskraam optilde en de vissen in de vitrine liet zien.

‘Is het goede kibbeling meneer’, vroeg ze me, naar mijn bakje knikkend. Ik maakte een verontschuldigend gebaar en knikte maar van ja, daar ik ooit had geleerd om niet met volle mond te praten.

‘Is het goede kibbeling’, herhaalde de moeder haar vraag, dit keer tegen het meisje achter de toonbank. ‘Jazeker’, antwoordde die, ‘zo vers als het maar kan, vanmorgen gevangen.’

‘Da’s mooi, maar dat vroeg ik niet’, reageerde de vrouw.

‘Wilt u een stukje proeven, vroeg ze ten einde raad.

Verbaasd keek het meisje van de vrouw, naar mij en vervolgens om hulp bij haar collega die vis stond te bakken maar de kwestie niet gevolgd had. Ze antwoordde dat vis altijd vers moest zijn om goed te zijn, maar daar werd geen genoegen mee genomen. Er volgde een spervuur van vragen of het wel kabeljauw was of witvis, welke kruiden er gebruikt werden, hoe lang het geleden was dat het frituurvet vervangen was, hoelang de vis werd gebakken, hoeveel eieren er aan de bloem werden toegevoegd, etc.

Het waren vragen waar de verkoopster geen antwoord op had. ‘Wilt u een stukje proeven, vroeg ze ten einde raad.’ De moeder schudde haar hoofd. ‘Laat maar. Alleen het beste voor mijn dochtertje’, riep ze en liep weg. Ik kieperde mijn lege bakje in de prullenbak. ‘Heeft het gesmaakt meneer’, hoorde ik achter me. Ik knikte zonder me om te draaien want ik ben slecht in liegen.

 

[Kleinigheden – 053 – 300 – 170109 – Kibbelen over kibbeling]

 

Beetje bewegen
Soms schaam ik me voor mezelf

Pin It on Pinterest