Kl - 300‘Zie je ons daar over een jaar of tien ook zo lopen?’, vraagt mijn zus als ze zich voor de winkel waar ik een sigaretje sta te roken weer bij mij voegt. Voor ons zien we een oude man die tergend langzaam een even oude vrouw in een rolstoel voortduwt aan ons voorbijtrekken. ‘Daar heb ik de conditie dan niet meer voor’, merk ik droogjes op. Mijn zus grinnikt. ‘Weet ik. Jij in de rolstoel en ik er achter’, lacht ze.

Mijn zus is, in tegenstelling tot mij, nog steeds zeer sportief. Elke week, op donderdag, zwemt ze nog steeds tussen de senioren, of in haar bewoordingen de bejaarden, haar baantjes. Op zaterdag rent ze nog altijd in de duinen en op dinsdag wandelt ze met haar vriendinnen. Alle stappen en passen worden met de nieuwste gadgets geregistreerd en via de sociale media gedeeld.

‘Tsja, daar zal het wel op uitdraaien denk ik, jij rennend achter de rolstoel met daarin een seniore sigaren rokende man.

We kijken elkaar lachend aan en wandelen verder door de straten van Goes. Nou ja, wandelen? Zij snelwandelt en ik slenter. Het is inmiddels een bekend fenomeen voor me geworden, haar wandelpas.

In het begin van onze uitstapjes, nadat ze weer in Zeeland was komen wonen, liep ze al pratend in het luchtledige door de straten, ik ver achterop. Zus met imaginaire vriend, noemde ik haar altijd in gedachten. In andere culturen zou de volgorde andersom zijn.

Als we even later in het zonnetje op een terrasje achter een whisky en een wijntje zitten, zien we het stel weer voorbijlopen. ‘Dat wordt nu bedoeld met onze participatiemaatschappij’, zegt mijn zus, en terwijl in nog eens kijk, denk ik, het is een heel triest maar toch eigenlijk tegelijkertijd ook wel een heel mooi gezicht.

 

[023]

 

Sufhoofd
Bewaakte fietsenstalling

Pin It on Pinterest