Dikke TorenAchterovergeleund tegen het muurtje voor de Dikke Toren, wachtte ik op een vriendin toen er een jonge vrouw in langzaam tempo op mij af slofte. Ze droeg een vale zwarte skinny jeans met scheuren en gaten met daaronder vervuilde witte Converse sneakers. Haar lange rode piekhaar slingerde over haar zwarte nepleren jasje.

‘Hai, hai’, groette ze me kort.

‘Hallo’, zei ik, in de veronderstelling dat ze door zou lopen, maar in plaats daarvan bleef ze naast me staan.

‘Hai’, zei ze nogmaals.

‘Hai’, zei ik ook maar.

‘Ben nog een beetje high van gisteren’, vervolgde ze. ‘Prima feestje gehad en genoeg te roken.’

‘Oh’, reageerde ik droog, niet wetende waar dit merkwaardige gesprek naar toe zou leiden.

‘Ach, weet je, een jointje zo op z’n tijd moet kunnen. Maar weet je wat ik nu eigenlijk niet snap?’ Er viel een stilte waarbij het leek of ze diep nadacht over hoe ze me zou vertellen wat ze nu eigenlijk niet snapte. Plots scheen ze het te weten, zo leek het, maar ze pakte haar telefoon, drukte een nummer en riep: ‘Yoh, ben d’r’, en stopte haar telefoon weer weg. ‘Ja, sorry hoor, verontschuldigde ze zich en zonder me aan te kijken vervolgde ze: ‘Wat is dus niet snap, is dat er hier geen coffeeshop is. Nou ja, misschien komt er een in het restaurant bij de Zeelandbrug maar volgens mijn vriendje houdt de gemeente dat ook tegen.’

Enigszins verbluft keek ik haar aan. Ze boog voorover en gooide vervolgens haar hoofd achterover om haar lange haar te schikken. Ach…, begon ik, maar dacht plots aan de tijd dat ik als jonge gast in een duister tentje, met een jointje in de hand op een versleten sofa, naar de projectie van psychedelische vloeistofdia’s zat te kijken. Eén of andere vage huisdichter becommentarieerde de beelden, wist ik nog.

‘Siehst du das? Eine Schlampe!’, hoorde ik de oude man verbaasd tegen zijn vrouw zeggen

‘Ja?’ Twee ogen keken me vragend aan.

‘Sorry’, zei ik en schudde even licht m’n hoofd.

‘Nou ja, weet je, mij maakt het niet uit hoor.’ Ze had de draad van haar betoog weer opgepakt. ‘En trouwens, ook als die coffeeshop daar nu wel komt hé, dan denk je toch zeker niet dat ik daar helemaal op de fiets naar toe ga? Nee…, ben nie gek! En weet je waarom niet?’

Ik keek haar vragend aan in de veronderstelling dat het antwoord zou volgen. ‘Nou?’, vroeg ik, toen het antwoord uitbleef. Maar er kwam geen antwoord. Ze tuurde even rond, stak haar hand omhoog en zwaaide kort. Ik keek rond maar zag alleen een ouder echtpaar onze kant op komen. Wel zag ik een gebutst oud Golfje dat voor ons was gestopt. De jonge vrouw deed twee stappen, leunde naar voren en stak haar hoofd door het geopende raampje.

‘Siehst du das? Eine Schlampe!’, hoorde ik de oude man verbaasd tegen zijn vrouw zeggen op het moment dat ze me voorbijliepen. Ik glimlachte, de gedachte alleen al, een tippelzone voor de Dikke Toren. De man keek nog even over z’n schouder en deed verschrikt een stap opzij toen het Golfje met veel kabaal zijn richting opreed.

De jonge vrouw had zich inmiddels naar me omgekeerd en hield een zakje wiet omhoog. ‘Gratis bezorgd! Weet je, das pas service. Hoef je helemaal niet voor naar de Zeelandbrug en heb je al helemaal geen coffeeshop voor nodig. Doei.’ Abrupt liep ze terug in de richting vanwaar ze was gekomen, mij in opperste verbazing achterlatend.

 

 

[BSD – 003]

 

Delta's Digitale Drama
Weg met die markt op het Havenplein

Pin It on Pinterest