Achter me stonden twee nogal jolige jongens van een jaar of achttien die me af en toe uit argwaan, vanaf het bankje naar hen deed omkijken. Uit de gesprekken tussen de twee maakte ik op dat ze op een meisje stonden te wachten, een chickie.

Geen chickie maar een nogal corpulente vrouw rende, achterovergeleund, voorbij met aan een riem een grote trekkende hond, waarvan ik het merk niet herkende, die een kleinere hond in de smiezen had gekregen.

‘Goed dat ze zo’n hond heeft, krijgt ze zelf ook nog wat beweging’, hoorde ik een van de jongens zeggen waarna ze in lachen uitbarsten.

Ik lachte hard mee maar keek tegelijkertijd naar mijn eigen enigszins uitgedijde buik waarna ik me als een bejaarde van ver in de tachtig van het bankje ophees.

‘Hey ouwe, je zou eens een hond moeten aanschaffen, beweeg je ook nog een beetje’, hoorde ik achter me.

 

 

[Kleinigheden – 054 – 150 – 170111 – Beetje bewegen]

 

Sloeberwijntje
Kibbelen over kibbeling

Pin It on Pinterest